Wat mag je wel en niet invoeren in een AI-dienst op het werk?
Vuistregel: alles wat je aan een AI-dienst geeft, verlaat je organisatie. Persoonsgegevens, klantdossiers en bedrijfsgeheimen horen er dus niet in, tenzij je werkgever een overeenkomst heeft die dat regelt.
Alles wat je in een AI-dienst typt, verlaat je organisatie. Dat is de vuistregel waar het op neerkomt. Zolang je werkgever geen afspraak heeft met de aanbieder over waar die gegevens blijven, ga je er het beste van uit dat je het op een openbare website plakt.
Wat je beter niet invoert
- Namen, adressen, rijksregisternummers en andere persoonsgegevens.
- Klantdossiers, medische gegevens, dossiers van leerlingen of cliënten.
- Broncode, prijslijsten en contracten — kortom, wat je concurrent graag zou lezen.
- Inloggegevens. Ooit. Van niets.
Wat meestal wel kan
- Openbare informatie: een tekst van je eigen website, een persbericht, een wettekst.
- Werk van jezelf waar niemand anders in voorkomt.
- Een verzonnen maar realistisch voorbeeld met dezelfde vorm als het echte geval.
Dat laatste levert het meeste op. Wil je een moeilijke mail aan een klant laten nakijken, vervang dan de naam, het bedrag en de datum. Voor hulp bij de toon heeft een model die niet nodig.
Waarom "het staat toch in de instellingen" niet genoeg is
Consumentenversies van AI-diensten gebruiken gesprekken vaak om hun modellen verder te trainen. Je kunt dat meestal uitzetten, maar dat is een instelling die iemand ooit moet aanzetten en die na een update weer kan verschuiven. Een zakelijke overeenkomst is een afspraak; een vinkje is een gunst.
Werkt je organisatie met gevoelige gegevens, vraag dan wie de overeenkomst met de aanbieder heeft getekend en wat erin staat. Weet niemand dat, dan is het antwoord op de vraag of je die gegevens mag invoeren: nee.
In één zin
Gebruik AI voor de vorm van je werk — de toon, de structuur, de samenvatting — en houd de inhoud die van iemand anders is erbuiten.